Organisatiecultuur, een prachtig woord om te omschrijven hoe mensen zich gedragen op hun werk. Wie doet wat, hoe praten we met elkaar, en vooral: hoe houden we het gezellig zonder in totale chaos te vervallen? In het onderwijs heerst vaak een familiecultuur. Maar wat betekent dat eigenlijk?
Als ik aan familie denk, zie ik gezellige etentjes voor me. Inclusief die ene tante die na drie glazen wijn met m’n man flirt. Of m’n zusje, die keer op keer onze afspraak vergeet, maar die ik het direct vergeef, want ach… zo is ze nou eenmaal. Op mijn werk is dat toch nét even anders. En toch noemen we het een familiecultuur.
Volgens Cameron en Quinn (de goeroes van organisatieculturen) betekent een familiecultuur weinig hiërarchie en vage taakverdelingen. Maar wacht even… ik weet donders goed wat mijn taak is: ik leer leerlingen Spaans. Binnen de sectie stem ik mijn onderwijsdoelen af, in het team kijken we naar de behoeften van onze leerlingen, en als ik een keer met mijn klas tapas wil bestellen in het Spaans, ligt het aan het budget of dat mag. Dus er zijn heus grenzen.
Maar loyaliteit en betrokkenheid? Dát herken ik dan weer wel. De betrokkenheid bij leerlingen is hier ongekend en dat is precies waarom ik in het onderwijs werk. Iedereen doet ertoe. Dat zie je overal terug, bijvoorbeeld in onze eigen schoolbar waar we op vrijdag plezier hebben en stoom afblazen voordat het weekend begint. Of tijdens Culture Day, waar leerlingen hun afkomst vieren met muziek, kleding en hapjes uit alle windstreken. Dat is wie wij zijn.
Tijdens gesprekken met collega’s over onze organisatiecultuur viel me op hoe sterk dat gevoel leeft. Iemand zei: “Het maakt niet uit wie je bent, wat je doet of hoe je eruitziet. Hier kan iedereen zichzelf zijn. En daarom werk ik zo graag op deze school.” Klinkt als een warm bad, toch? En dat is het ook.
Maar… en hier komt de ‘tante op het feestje’ van dit verhaal: in een familiecultuur is het soms lastig om elkaar aan te spreken. Te laat komen? Een bende achterlaten in je lokaal? Ach ja, kan gebeuren. Maar van onze leerlingen pikken we dat toch ook niet?
Gelukkig zie ik verandering. De basisorganisatie wordt steeds helderder. We stappen van onze eilandjes af en zoeken elkaar meer op. En vanuit verbinding groeit betrokkenheid en vanuit betrokkenheid ontstaat een gezamenlijke drang om het onderwijs nog beter te maken. Een familiecultuur waar we niet alleen om elkaar geven, maar ook oog hebben voor kwaliteit en professionaliteit.